Zoeken

Stichting Historie Anderen

Bommen op Anderen

In mei 2020 zouden we stilstaan bij 75 jaar bevrijding. De SHA zou een tentoonstelling verzorgen in Oes Stee over Anderen in de jaren ’40-’45 en vlak erna. Door de coronamaatregelen werd dit uitgesteld, en ook dit jaar kan dit nog geen doorgang vinden. Wel delen we deze maand en volgende maand twee stukjes die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog.     

In de loop van de 2e Wereldoorlog (1940-1945) vlogen steeds meer Engelse en Amerikaanse vliegtuigen over Anderen.  Als ze de Nederlandse kust passeerden kon je het Duitse afweergeschut in Anderen horen.  En even later als de Duitse grens werd gepasseerd weer.

Verschillende keren vonden luchtgevechten ook boven Anderen plaats, waarbij vaak bommen vielen en soms zelfs een vliegtuig neerstortte.

Ook voerden de Duitsers tijdens de oorlog schietoefeningen uit waarbij vanaf platte treinwagons geschoten werd op grote vierkante borden die langs de provinciale weg stonden opgesteld.  De daarbij afgeschoten granaten ontploften soms niet en richtten soms schade aan doordat het veldgewas (rogge) in de brand vloog.  Er werd wel van tevoren gewaarschuwd om vee en mensen uit de buurt te houden.

Als er bommen vielen of als er werd geschoten maakten de mensen die in het veld aan het werk waren dat ze thuiskwamen of ze zochten beschutting achter een wal.

Op Nieuwjaarsdag 1941 vielen 5 bommen ten noorden van Anderen in het veld ten noorden van het Scheebroekerloopje, bij de weg naar Anloo.  De inslag veroorzaakte extra veel lawaai omdat de grond toen hard bevroren was.

In de Veldkampen, ten noorden van het Scheebroekerloopje, bij de laatste houtwal tussen de Gasterense-weg en de weg Anderen-Anloo, stortte op 9 oktober 1943 een Duitse jager neer waarbij de 19-jarige piloot (Leutnant Horst Feder) omkwam.  Het wrak werd snel opgeruimd en het gat dichtgemaakt.  De plaats bleef nog lang goed herkenbaar doordat er lange tijd distels groeiden.  In 1947-1948 is er nogmaals gegraven omdat men dacht dat de motor nog in de grond zat, maar er werd niets gevonden.

aangeschoten Messerschmitt 109 met veel lawaai over het dorp om vervolgens om ca. 16.00 uur neer te storten in het Eexterveld.  De piloot, Hauptmann Falkensammer, kwam daarbij om het leven.  De restanten van het vliegtuig werden met een vrachtwagen afgevoerd.

Achter de toenmalige school (nu Gevelakkers 1) is ook een bom gevallen waarbij de ontploffing een enorme hoop zand opwierp.

Voor in de Koelanden ontstond door een bominslag een groot gat, dat nog jarenlang als dobbe is gebruikt. Bij deze bominslag zijn de ruiten van Oldend 1 gesneuveld.

In de nacht van 3 op 4 maart 1945 werd een naar alle waarschijnlijkheid Engels of Amerikaans toestel door Duits luchtafweergeschut geraakt.  Volgeladen met bommen verloor het toestel steeds meer hoogte en dreigde neer te storten.  De bemanning besloot de bomluiken te openen en de lading te droppen.  Een van de bommen trof de boerderij op het huidige adres Nijend 24, die in brand vloog.  Ondanks de Nachtsperre (avondklok) deed men pogingen de brand te blussen met water.  Dit bleek averechts te werken, aangezien de brand was veroorzaakt door een fosforbom. Fosforbrand kun je niet blussen met water maar moet je laten uitbranden, bij voorkeur onder zand.

Bij de brand kwamen negen koeien om en de boerderij ging volledig in vlammen op.

Na de oorlog werden er af en toe nog restanten of zelfs hele bommen aangetroffen.  Men vond een keer bij het ploegen een bom waarna de politie werd gewaarschuwd.  Een agent uit Eext zette het publiek of afstand en schoot met zijn pistool op de bom. Toen de bom vervolgens ontplofte bleek het een fosforbom te zijn.

Messerschmitt 109

Rijmpjes uit de oude doos over mensen in Anderen

In verband met Corona delen we elke maand een berichtje voor de historisch-geïnteresseerde dorpsgenoten!  Deze keer een aantal oude rijmpjes uit de periode 1878-1912 over mensen uit Anderen.  De personen waar het over gaat zijn al lang geleden overleden.

De rijmpjes zijn geschreven door Jans Speulman.  Hij is geboren in 1897  en gestorven in 1989 en heeft het grootste deel van zijn leven aan Oldend 10 gewoond. Jans stond er om bekend dat hij vaak rijmpjes maakte over zijn dorpsgenoten. Zelfs als het ging om personen die leefden voordat hij werd geboren en hij het alleen van horen en zeggen wist.  Het liefst ging het rijmpje over bepaalde eigenschappen of bepaalde gezegdes van die personen. Hij droeg de rijmpjes dan voor op bruiloften en andere gelegenheden.  Niet iedereen was blij met zijn voordrachten maar de meeste toehoorders accepteerden zijn werk.

=================================

Roelf Speulman hef zun dikke bos haor.

(Roelf was Jans vader)

Meester Laarman zeg: ‘Dat is niet waor.’

(Een vast gezegde van onderwijzer Laarman, 1892-1897)

Hi le re hei le re joep joep (2x)

(Gezongen tussentekst)

Rieks Piel har een dik zwart peerd.

(Rieks woonde aan Oldend 14)

Maor ol Hillegie is gien cent meer weerd.

(Hillechien, Rieks vrouw was ziekelijk †1878)

Berend Jansen is een dikke boer.

(Berend huurde Oldend 18 per 1898)

Ol Jan Kniep kek altied zoer.

(Boer op Veenvoort 5 per 1889 tot 1915)

Soechies mot woont aan de es.

(Soechies is bijnaam voor bewoners Hagenend 3, mot is een stevige vrouw.)

Geert Hollander was van Aandern de nes.

(Boer, veearts, wonderdokter van Hagenend 5.  Hij was de nestor, †1912, 96 jaar oud.)

Jan Jobing woont an de brink.

(Boer op Oldend 1)

Reinder Lesschen har ’n deur-tingelink.

(Boer-winkelier van Hagenend 2 en per 1932  ’t Loeg 3 1907-1969)

Docters slachtte een dikke vette koe.

(Vermogend eigenaar, boer ’t Loeg 5)

Gooit schepers Janie de botten toe.

(Vrouw van Kornelis Meertens, die ook wel herder was, Nijend 1, de Scheperij , 1912 afgebroken en school gebouwd.)

Schepers Janie was weer zo rad.

Gooi Arends Mettie d’r mit veur ’t gat.

(Boerin getrouwd met Aart Dekker, woonden aan Nijend 5 tussen 1901 en 1908.)

Peter Oostra die joeg altyd met een lange woagen

(Boer, caféhouder, imker Nijend 2 1893-1921.  Gebruikte een langwagen als vervoer.

En Hendrik zyn Stoffer zee; ‘Wat kost je wel niet zu’n woagen?’.

(Stoffer is Christoffer de Bie, zoon van Hendrik de Bie, ’t Loeg 7, 1898-1930)

Heinen zee: ‘Dar mot je niet naor vraogen!’.

(Waarschijnlijk Jan Boerma van ’t Loeg 4, 1897-1902, het huidige Heinenhoes.)

Job-oom was ’n sterke man.

As ie op Zuudlaordermarkt was en hie klapte met de zwiep, dan dreunden in Aandren de glaozen der van.

(Vermoedelijk gaat het hier over Jacob Hofsteenge, of Jacob Lesschen ?)

Old Berend-oom haar ’n stok met ’n knop der op. (Berend de Bie van Veenvoort 4, een beetje deftige man?)

As ie de kou d’r mit sloeg har ie ’n deuk in de kop.

Onderstaand rijmverhaaltje gaat over een knecht van Geertje Docters-Homan( †1901) van ’t Loeg 5.  Hij kreeg van haar opdracht een nieuwe proppaal te maken. Een proppaal was een vrij grote paal waaraan je een hek kon bevestigen.

Dat was een grote opgave.

De knecht zocht in de omgeving wel 3 dagen naar een geschikte boomstam. Die vond hij niet of hij vond het te veel werk. Hij stal daarom een paal van een weiland van de buurman.  Maar die diefstal kwam natuurlijk snel uit.

Daogs nao tweide Pinksterdag mos ien ’n proppaol haolen.

En daordeur kwam ie an ’t dwaolen.

En ie har niet in de gaoten dat ie dan sien betrekking daorom mus verlaoten.

Dree daogen leup e in het rond.

En nog dat e gien boer meer vond.

Toen mus e wiederkommen en kwam e bie sien boerinne weer an.

En sprak: ‘Har ik dit maor neet gedoan.’

‘Ik wil weer bij je wonen.’

Zie zee: ‘Prop, as ie nog ienmaol steelt, krieg je wat op jun kop!

Boeren, burgers, en buitenlui: een veranderend dorp

In dit bericht putten we uit het thema van de open-monumentendag van 2017: ‘Boeren, burgers en buitenlui’.

Boeren, burgers, buitenlui is een eeuwenoude uitdrukking die in de loop der tijden van betekenis is veranderd.

Oorspronkelijk was ‘Boeren, burgers en buitenlui!’ de roep waarmee een stads- of dorpsomroeper de aandacht trok voor een officiële mededeling. Hij vatte hiermee zijn doelgroepen samen: burgers waren de inwoners van de stad, boeren woonden buiten de stad maar waren er nauw mee verbonden, en buitenlui waren alle vreemdelingen die zich om welke reden ook in de stad bevonden.

‘Boeren, burgers en buitenlui!’ betekende dus:

‘Iedereen luisteren!’

In de loop van de 19e en 20e eeuw werd het onderscheid tussen boeren, burgers en buitenlui steeds vager. De kreet ‘boeren, burgers en buitenlui’ kreeg in de volksmond een nieuwe populariteit. Het werd vaak gebruikt om een jolige sfeer op te roepen zoals bv bij een kermis, circus, of ander volksvermaak. Maar in wezen betekende het nog steeds ‘iedereen tezamen’ net als voorheen de dorpsomroeper bedoelde.

In de 20ste eeuw veranderde veel.

De Nederlandse landbouw onderging een radicale schaalvergroting en er was veel minder menskracht nodig in de landbouw.

De totale bevolking groeide sterk en steden, plaatsen en dorpen werden steeds groter en stedelijker.

De welvaart en de mobiliteit namen sterk toe, zodat steeds meer stedelingen ‘buiten’ konden wonen en recreëren. Dat stelde nieuwe eisen aan het platteland: naast modern productie-landschap moest het ook een aantrekkelijk woon- en recreatielandschap worden. Het eenvoudige patroon van stad en ommeland van vroeger bestaat niet meer.

De boeren, burgers en buitenlui kun je theoretisch misschien nog onderscheiden, maar in werkelijkheid is er een grote wisselwerking tussen deze drie groepen. 

In Anderen is het niet anders. De laatste 200 jaar is er veel veranderd. Hierna volgend een overzicht van hoeveel boeren, burgers en buitenlui in Anderen aanwezig waren in 6 tijdvakken gedurende de periode 1817-2017.

Boeren zijn personen die in hun levensonderhoud voorzien door het houden van vee en/of het bebouwen van land.

Burgers zijn in dit verband personen die een ander beroep hebben en dat binnen het dorp uitoefenen.

Met buitenlui worden bedoeld: personen die in het dorp wonen maar ergens anders werken.

1817: Negen boerderijen, die al vanaf de middeleeuwen bestonden, en een schaapskooi met een herder.

Een school, een zo genoemde winterschool.  De meester woonde niet in het dorp.

Geen buitenlui.

1897: 25 boerderijen en een schaapskooi.

Een school en een schoolmeester die woonde in een gedeelte van een boerderij.

Geen buitenlui.

1927: 46 boerderijen.

Een café, in een deel van een boerderij, een bakker op Nijend 4, een winkel op ’t Loeg 3 en een schoolmeester te Nijend 3.

1957: 49 boerderijen, een boerenarbeider.

Een bakker een café, een schoolwoning, een smederij, enkele gepensioneerden.

Buitenlui: enkele personen.

1987: 33 boerderijen, een gevolg van de ruilverkaveling.

Gepensioneerden, een bakker annex winkelier, een caféhouder, een campinghouder, een smid, een bed&breakfast-houder.

18 woningen met ‘buitenlui’-gezinnen.

2017: Boeren: 2 en een half.

35 woningen gepensioneerden, 5 stuks horeca en recreatie-bedrijven.

Ca. 50 woningen met buitenlui die meestal werkzaam zijn buiten het dorp.

Conclusie:

Anderen is in de afgelopen 200 jaar veranderd van een 100% boerendorp in de 19e eeuw, naar een boerendorp met enige winkels en een school in de 20e eeuw en de laatste 60 jaar naar een dorp met voornamelijk buitenlui, gepensioneerden en enkele recreatie- en horeca-ondernemers.

Een bijzonder huurcontract uit 1839

In deze coronatijd delen we graag wat berichtjes voor de historisch-geïnteresseerde dorpsgenoten (en anderen)!  Deze keer vonden we in het dossier van ’t Loeg 15 een kopie van het volgende bijzondere huurcontract uit 1839.

Op heden den vijfden November 1800-negen -dertig

Bekennen en verklaren wij ondergeschreven Jan Eggens Booijs, woonachtig te Eext, gemeente Anloo en Albert Albartus Hoenderken namens zijn vrouw Jeichien Eggens Booijs, woonachtig te Noordlaren, gemeente Haren: Door dezen verhuurd te hebben onze mandelige boerenplaatze te Anderen, gemeente Anlo met uitzondering van de kamer en het achterste vak op den achterdeel van de behuizinge (1).  Bestaande in een behuizing en tuin genommert met N. 119, groot volgens het Kadaster zes-en-negentig roeden, vijftig ellen. En zes bunder negen-zeventig roeden en tien ellen bouwland, en plm. vier bunders hooiland en vijf bunders drie-en-vijftig roeden en zestig ellen weideland (2) en zeven zestiende waar waardeel (3), aldaar in de ongescheiden marke (4).

Aan Lukas Bastiaans Hollander en Femmiggien Jacobs Jans op boven genoemde plaatze woonachtig, welke deselve opnieuw weder in huur aannemen voor de tijd van drie agter-een-volgende jaaren; zijn aanvang nemend op den 30-tigsten April 1800-veertig en eindigende den 30-tigsten April 1800-drie-en veertig.

Volgens plaatzelijk gebruik zullen huurders niet in het hooi of weideland mogen branden of kappen. En zullen de huurders aan de verhuurders moeten betaalen agt-en-twintig Nederlandsche mudden goede zuivere schoone winterrogge ieder jaar waarvan de huurders telken-jaare aan ieder der verhuurders de gerechtigde helfte vrij en zonder eenige korting moeten ter huis brengen. (5)  

En moeten de huurders gedurende hunne huurtijd alle lands-, gemeente-, kerken- en kosterie-lasten betalen en alle gemeente-, lands- en kerken-beurten doen en alle wegen en waterlossingen onderhouden, volgens plaatzelijk gebruik. En de landerijen goed in orde houden.

En moeten de huurders alle jaar twee-hondert bossen dak(stro) op het huis laten dekken gedurende hunne huurtijd volgens akkoord (6) en alle glas- ruiten die zij breeken weder laten maken. En indien er aan het huis moet worden getimmert dan moeten zij de timmerlieden de kost en hun reken geven. En zullen de huurders gehouden zijn daar om me komst van bovenstaande jaaren de plaatze zonder opzegging te moeten verlaten. En moeten de huurders bij het verlaten der plaatze de derde garve bij het land laten blijven (7). Waar uit het laatste jaar huur moet worden voldaan tot sekuriteid van boven- genoemde huuren stellen wij huurders alle onze hebbenden en toekomenden goederen hoe of waar ook gelegen ten onderpand in kasse van wanbetaling. (8)  

En zijn hier-van drie gelijk luidende gemaakt op datum en jaar als boven en door de partijen getekend.

Het handelt hier om een huurcontract van de boerderij aan ’t Loeg 15, in 1839 Kadasternr. N.119.

Op deze plaats heeft zeer waarschijnlijk al sinds de 14e eeuw een boerderij gestaan.

In 1839 werd de boerenplaats door Jan Eggens Booijs en Albert Albartus Hoenderken, namens zijn vrouw Jeichien Eggens Booijs voor 3 jaren verhuurd aan Lukas Bastiaans Hollander (1776-1857) en Femmiggien Jacobs Jans (1774-1841). Zij woonden er al in 1834.

Toelichting op de tekst (zie nummers):

1 Alles werd gehuurd behalve één kamer en het achterste vak op de achterdeel. De verhuurders van de boerderij, die niet in Anderen woonden, wilden bij een bezoek aan hun eigendom dat er altijd een kamer beschikbaar was om eventueel de nacht door te  brengen.  Ook moest er een vak op de deel leeg zijn waar de koets, waarmee werd gereisd, kon worden gestald.

2 Het erf was ca. 1.700m² groot en er werd ca. 6 hectare (ha) bouwland, 5 ha weideland en 4 ha hooiland verhuurd. Een bunder was/is een hectare (10.000 m²). Een roede was ca. 17 m². Met een el bedoelde men een vierkante meter (m2).

3 Ook werd 7/16 waardeel verhuurd.  Een waardeel was een aandeel in de woeste/ onontgonnen grond rond het dorp.

4 De woeste grond bij het dorp was bezit van de Marke Anderen. Een marke was een samenwerkingsverbond van grotere boeren voor het gezamenlijk beheer en gebruik van gemeenschappelijke gronden.

5 De huurders moesten jaarlijks 28 mudden (1.960 kg) winterrogge betalen aan de verhuurders en het bij hen thuis brengen.

6 Ook moesten de huurders alle rijks-, gemeentelijke en kerkelijke (kerk Anloo) lasten betalen. En zij moesten ervoor zorgen dat het huis, de wegen, waterlopen en landerijen goed onderhouden werden. De huurders moesten ook 200 bossen dakstro jaarlijks op het huis laten dekken.

7 Ook betaalden de huurders een derde garve. De derde garve was een soort pacht. Een derde deel van de opbrengst van de oogst moest door de pachter worden overgedragen aan de eigenaar van de grond.
In Anderen werd pas omstreeks 1936 de derde garve niet meer gebruikt als pachtprijs. 8          Kon aan het eind van de huurperiode de pacht niet worden voldaan, dan kon de verhuurder beslag leggen op alle bezittingen van de huurder.

Vogelvlucht-tekening van Anderen in 1832 op basis van de ‘Napoleonkaarten’ van 1816.
Getekend door Hans Hilbrands en met zijn toestemming geplaatst.
 
Er stonden in 1832 16 boerderijen in Anderen. De boerderijen, erven, bosjes en heidepercelen e.d. op de ‘Napoleonkaarten’ zijn zo nauwkeurig mogelijk overgenomen op de tekening.

De boerderij aan ’t Loeg 15 waarover het huurcontract gaat.

Dreigende sluiting enige dorpswinkel!

Elke maand delen we een berichtje voor de historisch-geïnteresseerde dorpsgenoten.  Deze keer onderstaande brief uit de Eerste Wereldoorlog die ineens opdook in een archiefklapper.

Anderen, 11 November 1917.

Weled. Achtb. Heer!

Burgemeester der gemeente Anloo

In naam van de ingezetenen van Anderen komen wij tot U met het eerbiedig doch dringend verzoek, om, indien de uitsluiting van R. Lesschen voor levering van distributie-artikelen door U is geschied, dit besluit te herroepen; indien dit besluit van hogerhand is gelast voor ons te bewerken, dat dit besluit wordt herzien, daar alle inwoners van Anderen door dit besluit aan den lijve worden gestraft, en dat zal Uwe  bedoeling toch geenszins zijn. Bovendien, zou de straf die aan Lesschen door den strafrechter zal worden opgelegd al niet zwaar genoeg zijn voor een overtreding van den letter der wet, terwijl hij niets anders misdaan heeft, dan een klant, die wat veraf woont, te gerieven, zonder dat hij dezen meer gaf dan hem toekwam.  Anderen heeft maar één winkelier en de bonboekjes zouden voor ons waardeloos worden, indien U ons hierin niet kunt helpen.

Hopend op een gunstige beschikking verblijven wij.

Hoogachtend

Het Bestuur der Landbouwvereniging

Anderen.

G. Wolting, Voorzitter.

J. Burema, Secretaris.

Een curieuze brief, die enige toelichting vereist. Tijdens de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918 ontstond een groot tekort aan bepaalde levensmiddelen.  Daarom werd vanaf 1917 een distributiesysteem ingevoerd, waarbij alle artikelen ‘op de bon kwamen‘. Iedere persoon of gezin ontving een zogenaamd bonboekje met een stempel voor alle soorten levensmiddelen.  Dit systeem voorkwam dat rijke mensen veel meer konden kopen, wat ten koste zou gaan van andere inwoners.

Je kocht dus iets bij een kruidenier en die knipte dan uit jouw bonboekje het vereiste aantal bonnen.  Waren de bonnen op dan kon je in die bepaalde periode niets meer kopen, en moest je wachten tot er een nieuwe bonkaart kwam.

Wat gebeurde er in Anderen, en waarom schreef de Landbouwvereniging deze brief?

Reinder Lesschen, boer en winkelier van Hagenend 2, waar destijds de winkel was gevestigd, had blijkbaar een niet bij name genoemde niet-inwoner van het dorp iets verkocht.  En vermoedelijk had hij daarvoor niet het vereiste aantal bonnen ontvangen.  Hij verdiende in ieder geval niets aan de verkoop.

De straf voor Lesschen was zwaar, zijn vergunning zou worden ingetrokken, de winkel moest dicht.  Maar omdat hij de enige winkelier in Anderen was zouden ook de inwoners van Anderen erg gestraft worden.

Het bestuur van de Landbouwvereniging werd daarom ingeschakeld om de burgemeester van dit dreigende probleem op de hoogte te stellen.

Voor zover wij weten is daarna de zaak in het voordeel van Lesschen geschikt want de winkel bleef bestaan.

De Landbouwvereniging werd ingeschakeld omdat die veruit het grootste aantal leden had  (er bestond toen nog geen Commissie Dorpsbelangen.)  Voorzitter Geert Wolting was boer op ’t Loeg 25 en secretaris Jurjen Burema was het hoofd der school.  En van een schoolmeester mocht je verwachten dat hij de notulen en het schrijven van brieven op een goede manier kon verrichten. Dat heeft hij tientallen jaren lang gedaan.

Er is slechts weinig van de winkel uit die tijd bekend. De winkel werd ergens tussen 1907 en 1917 opgericht omdat twee zonen van Reinder, Hendrik en Albert, ‘gebrekkig waren’ en geen zware landbouw-werkzaamheden konden doen.  Hendrik was de winkelier en Albert de hulp.

Er konden eikels bij de winkel worden ingeleverd tegen een vergoeding van 10 cent per spint (± 5 liter) of desnoods in ruil voor een paar klompen.  De eikels werden dan weer verkocht als zaaigoed of als veevoer. 

In 1932 werd de winkel verplaatst naar ’t Loeg 3.  In 1969 werd de deur van de winkel voorgoed gesloten.

Fam. Lesschen met bezoekers voor de winkel aan ’t Loeg 3

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑